zondag 26 juni 2011

De duivel van Lichtenberg




De duivel van Lichtenberg

Ook de bekende Belgische stripstudio Willy Vandersteen zag wel een verhaal in de mystieke sfeer rond de mergelgroeven.
Zozeer zelfs dat zij er een verhaal van De Rode Ridder in liet afspelen.

Album 126 uit de serie heet: “De duivel van de Lichtenberg” en speelt zich af in het Maasdal omstreeks de 12de eeuw ter hoogte van Maastricht in de schaduw van het kasteel Lichtenberg, althans zo luid de eerste regel van het album.

Het verhaal is natuurlijk een royale portie fantasie en flinterdun maar de tekeningen, en vooral die van het onderaardse, zijn voor de liefhebber van de mergelgroeves zeer herkenbaar!
Zo herkenbaar zelfs dat er een aantal berglopers er een serieuze sport van hebben gemaakt om de in de strip getekende gangen ook terug te vinden in de betreffende groeve.

En ook zoals in een speelfilm worden de gekozen scènes wel eens door elkaar gehusseld:
We hoppen van de bekende hoge gangen van Zuid en Caestert over naar de overbekende broodoven in het Noordelijk gangenstelsel (in het boek voor het gemak maar opgevoerd in Slavante).

Verder wordt tussen neus en lippen alvast de Mosasaurus van Hoffmann (1770) ontdekt met de woorden van de Ridder zelf:

“misschien zijn dit de overblijfselen van een voorwereldlijk monster dat hier huisde! Wie weet of geleerden uit de verre toekomst hier ooit een verklaring voor zullen vinden Allard!”.

Ook de “koepel” in Noord ( ontstaan omstreeks 1794) maakt zijn opwachting in de 12de eeuw. Een verhaal met een vooruitziende blik dus.

Mijn korte verhaal is absoluut niet negatief bedoeld al lijkt dat misschien zo door de opsomming van een aantal scènes uit het stripverhaal.
De gemiddelde lezer van de strip kent de geschetste situaties immers niet en wij, berglopers, vinden het maar wàt sjiek dat Vandersteen “onze” grotten gebruikt voor zijn verhaal over de Lichtenberg!

Mooi is dat studio Vandersteen op de laatste pagina’s van het stripboek nog een uitleg geeft over de Limburgse mergelgroeven met een aantal goede omschrijvingen.
Ook lees ik hier dat Karel Biddeloo (1943-2004) de schrijver is van dit spannende Rode Ridder verhaal.
Ere wie ere toekomt!

Het stripboek is niet meer in de boekhandel te verkrijgen, maar in de
2de hands boekenwinkel, stripshop of een van de vele rommelmarkten in de Limburgse grensstreek kom je het nog wel tegen.
Mijn exemplaar kreeg ik een aantal jaren geleden cadeau van oud collega Boy Hekking omdat hij op de hoogte was van mijn liefde voor de mergelgroeven.
De foto’s zijn kopieën uit het album 126 van de reeks De Rode Ridder:
“de duivel van Lichtenberg”
Uitgegeven door standaard uitgeverij

Inmiddels heb ik een aantal artikelen van dit blog verzameld, uitgebreid met extra afbeeldingen, en vervolgens in een PDF document geplaatst zodat het ook goed te lezen is op de PC een e-reader of Ipad.

Deel 1 is hier te downloaden.
en deel 2 vind je hier
Hier vind je deel 3
Het kan voorkomen dat de download verlopen is, wil je er toch gebruik van maken stuur me dan een berichtje dan zorg ik ervoor dat je een nieuwe link ontvangt!

zondag 19 juni 2011

IHS




IHS

Heel veel voorkomend in onze mergelgroeven is het zogenaamde IHS monogram.
In bijna iedere groeve die je bezoekt staat wel ergens een variant van dit monogram dat strikt vertaald luid:

Iesus Homnium Salvator (Jezus De Redder Der Mensen).

Al vanaf de middeleeuwen wordt dit symbool al gebruikt in en aan kerken en kapellen zoals kerk of kapelgevels, biechtstoelen, liturgische kleding
zoals bijvoorbeeld kazuifels.
In de oudheid werd het monogram XP (XP zijn de eerste twee Griekse letters van Christos) meer gebruikt.

Doordat het symbool slechts uit drie tekens bestaat is het natuurlijk makkelijk te kopiëren, en we gaan er dan ook van uit dat de tekening of tekst ook vaker door ongeletterde bergwerkers gemaakt zal zijn.

In de bovenstaande tekening (gemaakt door Peter Jennekens) is heel goed te zien dat er vaak door de opschriftenmakers geschreven werd zonder te weten wat ze precies schreven door bijvoorbeeld de letters in de verkeerde volgorde te plaatsen (links boven) dus geen IHS maar SHI of de S in spiegelschrift schrijven.

De, vaak streng gelovige, mensen uit vroegere tijden zagen dit symbool natuurlijk vaker bij hun kerkbezoek en hebben het bij een bezoek aan de groeve op de wanden aangebracht.

Wat bij de foto opvalt, is de versiering: vaak worden alleen de letters gebruikt, een simpele IHS dus, maar in ons geval is dat ook nog eens voorzien van een mooi uitgewerkt kruis voorzien van een gekruisigde Christusfiguur.

Helaas hebben ook bij deze tekening de “cultuurbarbaren” toegeslagen: de Christusfiguur is deels uitgewist en van de letter S is een cijfer 8 gemaakt.

Nog even terug komend op de betekenis van IHS: een andere verklaring is:

In Hoc Signo

Dit kan vertaald worden als: in dit teken (zult gij overwinnen) en dit is een verwijzing naar een droom van de Romeinse keizer Constantijn de Grote gehad zou hebben tijdens een van zijn veldtochten.

En dan rest er ook nog de wat meer vrijere uitleg van het symbool IHS:
Het monogram werd vooral gebruikt door de welgestelde katholieke orde der Jezuïeten. Vandaar dat IHS ook wel eens spottend uitgelegd wordt als

Isuiti Habent Satis

En vertaald is dat: De Jezuïeten hebben genoeg.

Ons behandelde opschrift op de mergelwand is niet gesigneerd of gedateerd maar gezien de tekenstijl is het uit de negentiende eeuw zoals vele van deze opschriften.
Eigenlijk is dit laatste ook niet belangrijk, het gaat hier immers over, opnieuw, een schitterend voorbeeld van volkskunst in onze zo rijk aan cultuur voorziene mergelgroeven!

inmiddels heb ik een aantal artikelen van dit blog verzameld, uitgebreid met extra afbeeldingen, en vervolgens in een PDF document geplaatst zodat het ook te lezen is op een e-reader of Ipad.

Deel 1 is hier te downloaden.
en deel 2 vind je hier
Het kan voorkomen dat de download verlopen is, wil je er toch gebruik van maken stuur me dan een berichtje dan zorg ik ervoor dat je een nieuwe link ontvangt!

zondag 12 juni 2011

Over de grens . . .




Over de grens . . .

Ditmaal een uitstapje over de grens.
Niet in het verlengde van Nederland zoals België vlak naast de deur, maar serieus een paar honderd kilometer ver: in Frankrijk, noord Frankrijk dus.

Ook in Frankrijk stikt het van de groeven: van kleine onbelangrijke keldertjes voor eigen gebruik tot enorme uitgestrekte groeven onder steden zoals Parijs.
Wij, mijn bergmaten Rob, Susanne, Hans, Johan en ikzelf, maakten een tocht naar Vic sur Aisne dat ligt in de buurt van het noord-Franse Soissons om daar eens enkele Creutes (zo noemen ze daar de groeven) te “ontdekken” én te belopen natuurlijk.
In dit bosrijke gebied (bekend om zijn veldslagen uit de eerste wereldoorlog) liggen talloze, van mooie ingangspartijen voorziene, groeves die het bekijken waard zijn!

Je moet er wel wat voor over hebben zoals een paar honderd kilometer rijden en de nodige meters bospaden begaan, maar als het weer meezit en dat was in onze situatie het geval dan kun je met eigen ogen vaststellen dat het allemaal de moeite loont.
De kalksteen die in de door ons bezochte groeven gewonnen wordt is vele malen harder dan de ons bekende mergel. Dat resulteert dan ook in een ander type gangenstelsel als bij ons in Nederland en België.

Om te beginnen wordt de steen niet gezaagd maar gekapt vanwege de hardheid. De meeste van de door ons bezochte stelsels zijn ook vrij laag: ruim 2 meter is zo ongeveer de hoogte. Wat er verder opvalt zijn de kleine pilaren en dus de daar uit voorkomende grote overspanningen.
Zelf denk ik dan: dat komt door de hardheid van de steen waardoor de groeve gewoon heel stabiel is, maar deskundige Hans beweerd dat de kleine pilaren gewoon het gevolg zijn van roofbouw. Niet anders als bij ons in Limburg dus!

Wat verder nog opvalt, is dat er nauwelijks een deklaag aanwezig is.
Bij de vele (onafgedekte) schachten in de bosrijke bovengrond kun je heel goed zien dat er maar vaak een grondlaag van ongeveer 20 a 30 centimeter aanwezig is! Plantenwortels in de plafonds zijn dan ook talrijk aanwezig in de groeves.

Helemaal afwezig zijn opschriften en inkrassingen.
Zaken waarvoor wij hoofdzakelijk de groeven bezoeken ontbreken hier bijna helemaal. De reden is wel voor de hand liggend: door het kappen in plaats van zagen zijn er geen gladde wanden om iets te noteren, en door de hardheid is het bijna onmogelijk om zonder speciaal gereedschap te krassen.

Een enkele uitzondering vormen de stelsels die in WO1 beschutting hebben geboden aan de frontsoldaten.
Na de steenwinning hebben de groeven ook nog dienst gedaan als champignonkwekerij én recuperatieplek voor gewonde en uitgetelde frontsoldaten, en daartoe zijn er diverse ingangspartijen voorzien van bouwwerken zoals officiersverblijven en wachthuisjes (zie de middelste afbeelding)

Die bouwwerken zijn vaker voorzien van “beeldhouwwerk” zoals de insignes en wapens van de militaire onderdelen die hier gelegerd waren.
Ook wat verder in de groeve is er dan een mooi versierde kapel aanwezig.

Later, na de oorlog, is er veel niet gebruikte munitie zoals onder andere
(gifgas) granaten gedumpt in de groeves zodat er levensgevaarlijke situaties ontstonden.
Nu vind je er nog de resten van auto’s en ventilatoren, achter gelaten door de laatste gebruikers: de champignonkwekers.
http://www.blogger.com/img/blank.gif
Dit zal zeker niet het laatste artikel zijn over de Franse groeves, er is daar nog veel te ontdekken om over te schrijven dus: wordt vervolgd!
De groevefoto (bovenste) is van mijn bergmaat Rob, de buitenfoto's zijn van mijzelf.
Meer over deze trip vind je op de website van Rob: hier klikken!

Inmiddels heb ik een aantal artikelen van dit blog verzameld, uitgebreid met extra afbeeldingen, en vervolgens in een PDF document geplaatst zodat het ook te lezen is op een e-reader of Ipad.

Deel 1 is hier te downloaden.
en deel 2 vind je hier
Het kan voorkomen dat de download verlopen is, wil je er toch gebruik van maken stuur me dan een berichtje dan zorg ik ervoor dat je een nieuwe link ontvangt!

zondag 5 juni 2011

Rood Krijt


Rood Krijt

Hier gaat het niet over het (hele mooie) opschrift maar over het materiaal waarmee het geschreven is: rood (vet)krijt

Al jarenlang loop ik met het idee om eens goed uit te zoeken waar dat op het oog simpele materiaal nou vandaan komt, hoe het wordt gemaakt en wat je ermee kunt doen.
Makkelijk is dat niet kan ik alvast verklappen, maar door mijn trouwe toeverlaat internet ben ik al snel iets wijzer geworden!

Al snel blijkt dat een zekere Jaap den Hollander er een complete studie aan heeft gewijd en dat vervolgens op een keurige en zeer duidelijke manier aan het wereldwijde web heeft toevertrouwd.
Dus ga ik proberen Jaaps lange en mooie uiteenzetting samen te vatten in een wat kortere uitleg van wat ik denk dat U, bloglezer, zou moeten weten over het rode krijt.

Om te beginnen zijn er een aantal soorten van dit krijt:
er bestaat een roodbruin mineraal waarmee getekend kan worden: Rötelstein.

Deze stenen worden uit de aarde van het Duitse Saarland gewonnen.
Uit dat mineraal kunnen stiften worden gezaagd. Die stiften kunnen worden gebruikt als tekenmateriaal dat, naarmate het harder is, traag slijt en nauwelijks losse poederresten achterlaat.

Deze zogenaamde Rötelstein wordt gebruikt voor het tekenen op papier, maar het is niet ondenkbaar dat er ook opschriften in onze mergelgroeven mee gemaakt zijn.


Rötelstein komt in de volgende kleurnuances voor: a. Sanguine-violetbruin, b. Sanguine-oranjebruin, c. Sanguine (oranje-roodbruin),
d. Sanguine 18e eeuw (rose-roodbruin), e. Sanguine Medicis (donker bruinrood) en f. Bistre (grijzig bruin)

Wat meer voor de hand liggend is (als ik de opschriften goed bekijk) is het gebruik van geperste en gebakken (carré-vormige) krijtstiften uit een mengsel van pijpaarde, bruinrood-pigment en een bindmiddel (een cellulose-ether).

Naar mijn eigen bescheiden mening is de waskrijt stift, bestaande uit harde blanke bijenwas waaraan in gesmolten toestand de lichte gradatie dodekop pigment is toegevoegd, de meest toegepaste versie bij onze opschriften.

Dodekop ook wel Spaans rood, of caput mortuum genoemd is een rood, roodbruin of roodpaars pigment bestaande uit ijzeroxide (Fe2O3, colcothar) en kleiaarde.
Met de bijenwas als bindmiddel levert dat een sanguine kleurige tekenstift op.
De stift is uitstekend met een mesje te slijpen en van een scherpe punt te voorzien.
Het hele verhaal van Jaap de Hollander over het rood krijt én heel mooi tekenwerk van Jaap vind je hier onder deze link

Inmiddels heb ik een aantal artikelen van dit blog verzameld en in een PDF document geplaatst zodat het ook te lezen is op een e-reader of
i-pad.

Deel 1 is hier te downloaden.
en deel 2 vind je hier
Het kan voorkomen dat de download verlopen is, wil je er toch gebruik van maken stuur me dan een berichtje dan zorg ik ervoor dat je een nieuwe link ontvangt!