zondag 10 juli 2011

Het Gat van Ternaaien (boven)


Het Gat van Ternaaien (boven)

Een tijdje geleden berichtte ik over de “herontdekking” van een gangenstelsel, door de vinders Ternaaien-Midden genoemd omdat het stelsel zich bevind tussen de stelsels Ternaaien-Boven en Ternaaien –Beneden.

Voor de volslagen onwetenden:

Even ten zuiden van Maastricht( bijna eraan vast) ligt Klein Ternaaien of Petit Lanaye zoals de Frans sprekende Belgen het noemen.
Klein–Ternaaien, is gelegen aan en langs de hoge steile wand van de Sint Pietersberg en wordt aan de andere zijde begrensd door de Maas.
Dit K.T bestaat uit 1 straat (rue Collinet) en 2 “zijstraten” (rue L’Illal en de rue Hufkens)

Vroeger ( tot 1965) liep hier overigens het kanaal Maastricht-Luik en was het een welvarende straat. Direct voorbij de grensovergang mét douanekantoor was zo ongeveer ieder 2de huis een café of iets wat daar wel heel veel op leek om de voorbijvarende schippers in staat te stellen hun zuurverdiende geld om te zetten in een mooie Belgische pint en ook nog wat meer als dat maar daar gaan we hier niet verder over uitweiden.
Tot zover de aardrijkskunde.

O ja, nog een belangrijk gegeven: bovenop de steile berg bevond zich al eeuwen een kasteel, Caestert genaamd, en in het binnenste van de berg waren sinds mensenheugenis (voor ons zijn dit de vroege Middeleeuwen) mergelgrotten waar nijvere mijnwerkers, ook wel blokbrekers genoemd, stenen uit de mergel zaagden die vervolgens in de hele regio werden gebruikt voor het bouwen van huizen, kerken vestigwerken enzovoort.

Door de grote hoeveelheid gewonnen mergelstenen ontstond er een labyrint van gangen waar nooit het daglicht bijkwam.
Omdat er onder het plateau op verschillende plaatsen tegelijkertijd werd gewerkt ontstonden er een aantal groeves die in een later stadium met elkaar werden verbonden door een (soms) toevallige doorbraak.

Onder het plateau Caestert, dus rond het kasteel, ontstonden er dus 3 bekende grote groeves en van het zuiden uit zijn dat achtereenvolgens:
De groeve Colinette, ook wel Ternaaien-Beneden of de vallei genoemd.
Iets ten noorden hiervan Ternaaien-Boven in bergloperskringen ook wel de Aardappelberg genoemd, en de meest noordelijke van deze drie de groeve Caestert tevens in oppervlakte de grootste van het plateau van Caestert.

Nu is er al heel lang het vermoeden geweest van nog meer gangen in deze omgeving. Gangen die “verloren” zijn gegaan doordat het stelsel te maken kreeg met ondergronds leeglopende zogenaamde “aardpijpen” die in deze streek zeer talrijk zijn.
Bij een dergelijke gebeurtenis stromen er vaak tonnen aarde en stenen vanuit (meestal) het plafond de gangen in, worden vervolgens de gangen dus onbegaanbaar en raken dus geïsoleerd van de rest van het gangenstelsel.

Via een aardpijp vanaf de bovenzijde werd er dus ongeveer 2 jaar geleden een verloren gewaand gangenstelsel “herontdekt”. Dit stelsel heeft ooit deel uit gemaakt van een grotere groeve maar is nu geheel begrensd door aardpijpen en dus niet bereikbaar via een van de 3 huidige, begaanbare, groeves.

De oplossing is dus het graven van een nieuwe gang: een doorbraak creëren!
De kunst is dus om de goede plek te vinden voor zo’n doorbraak: gewoon er aan beginnen het gat op de juiste plaats aanzetten om vervolgens 8 meter verder in het “beloofde land” te belanden. Net zoals bij het bekende "Smokkelgat" in de Sint Pietersberg (zie het "Smokkelgat")

Ternaaien-Boven is nu door een akelig klein, smal, eng tunneltje verbonden met Ternaaien-Midden.
Als je niet aan engtevrees lijdt, en een niet al te grote welvaartsbuik hebt kruip je binnen een paar minuten als door een geboortekanaal naar een nieuw avontuur: een pas herontdekte groeve.

Mooi is het wel! Inmiddels niet meer helemaal maagdelijk en ongerept, maar het totaal ontbreken van sporen van een tweede gebruik zoals bijvoorbeeld de champignonkweek maakt het al de moeite waard om hier te kunnen dwalen.

Zo hebben de bergwerkers het na hun gebruik achtergelaten, niet de blokbrekers bedoel ik dan want na de blokbrekers is hier nog uitgediept voor het losse mergelzand.
Daarna is er niemand meer geweest, links en rechts een instorting die niet opgeruimd of weggeschept is, en verder alleen maar sporen van dierlijke bewoning in de vorm van botjes achter gelaten door vossen, marters of dassen.
Voor ons berglopers een groeve in optima forma!
Alleen het tunneltje moet wat groter en ruimer . . . .

1 opmerking:

  1. Mooi en duidelijk beschreven!
    Jacques, zou je me kunnen/willen zeggen waar ongeveer de verbinding is tussen Boven en Midden? Ik zou met vrienden graag eens willen gaan kijken.

    BeantwoordenVerwijderen