vrijdag 11 augustus 2017

Op zoek naar een monogram


OP ZOEK NAAR EEN MONOGRAM


Het kan eigenlijk alleen door een kunstenaar op deze manier geschreven worden.
In monogram-vorm, met rood krijt: POST
Het was het jaartal 1659 dat bij mij het bekende kwartje deed vallen.




Al enige maanden was ik (in de Sint-Pietersberg) samen met mijn bergmaten Rob en Susanne bezig met een onderzoek naar telramen. Rob wil eindelijk eens boven water krijgen waar die vermaledijde streepjes nu voor staan.
Honderden staan er op de wanden in heel veel varianten, maar niemand weet of begrijpt waar ze over gaan.

Inventariseren,fotograferen en op een kaart zetten bied misschien ruimte voor nieuwe ideeën over de betekenis ervan.
Een heidens karwei. De Sint-Pietersberg is immers groot met veel kolommen en duizenden meters wanden. Gewoon beginnen en kijken wat het oplevert!
Bijkomend genoegen: Lekker in alle rust veel wanden afschijnen en hele leuke en interessante opschriften ontdekken.

Bijvangsten kun je het noemen, zoeken naar het een, en het vinden van iets geheel anders, dat maakt dit onderzoek leuk om te doen.
Op de afbeelding is het goed te zien: rechtsboven een prachtig telraam en daar linksonder in rood krijt het opschrift.

Terug naar dat opschrift, zoals eerder al genoemd: de naam Post in monogram-vorm geschreven in rood krijt met het jaartal 1659, en een maand of dag aanduiding waarvan alleen het cijfer 6 goed leesbaar is.
Het cijfer 6 kan dus de dag of de maand zijn.

Ik kan me voorstellen dat men al honderden jaren hier langsgelopen is zonder het op te merken, de letters zin maar ongeveer 20 centimeter hoog en het opschrift bevind zich op plus minus 4 meter hoogte.

Toch rees bij mij direct het vermoeden dat dit wel eens Pieter Janszoon Post zou kunnen zijn. Pieter Post is de architect van onder andere het Mauritshuis en het huis ten Bosch beide in Den Haag. Maar het hoogtepunt in zijn oeuvre is toch wel het wonderschone stadhuis van Maastricht, gebouwd tussen 1659 en 1664.
Al deze gebouwen zijn geroemde voorbeelden van de Nederlandse classicistische bouwkunst uit de Gouden Eeuw.

Waarom dit vermoeden? De manier waarop het geschreven is: niet alleen maar een naam, maar ook op een kunstzinnige manier middels een soort van monogram, iets wat in die tijd vooral in adellijke kringen een goed gebruik was.

Pieter Post was buiten bouwmeester ook bekend als kunstschilder.
Diverse Nederlandse musea waaronder het Frans Hals museum in Haarlem bezitten schilderijen van Post.

Het jaartal 1659: het is bekend dat Post in die tijd (medio Mei-Juni) in Maastricht verbleef. In Mei 1659 was Post in de stad in verband met het beslissende advies over het te bouwen nieuwe stadhuis. Op 3 juni van dat jaar worden bestek en kaarten door de gemeente goedgekeurd, en tegelijk werden de fundamenten van het nieuwe stadhuis onder toezicht van Post aangelegd.

Pieter Post verbleef 14 dagen in Maastricht, en het is dus goed mogelijk dat hij de (toen ook al beroemde) “grotten” met een bezoek vereerd heeft.
Beroepsmatig als bouwmeester is dat natuurlijk ook niet zo'n vreemde gedachte: het binnenste van de Sint Pietersberg is immers een steengroeve.
Overigens werdt Post goed beloond voor zijn 14 daags verblijf in Maastricht: hij ontving hiervoor 50 Rijksdaalders.

Het cijfer 6 bij het jaartal 1659 kan de maand Juni zijn of zelfs de zesde dag van Juni zijn. Nadere bestudering van het opschrift kan hier mogelijk uitsluitsel geven.

Ik ben dus gelijk ijverig gaan onderzoeken of mijn vermoeden ook werkelijk waar kan zin.
Van het Regionaal Historisch Centrum Limburg tot het Frans Hals museum in Haarlem, overal kreeg ik plukjes informatie over Pieter Post. Toen ik min of meer op een dood spoor was beland kreeg ik de tip van bergmaat Rob om het eens bij collega-bergloper en onderzoeker John Caris te proberen.
Dan blijkt dat John het hele opschrift als eens beschreven en gepubliceerd heeft. Al mijn zoekwerk is dus even voor niets geweest! Maar niet getreurd, ik ga stug door met zoeken tot ik nog ergens in den lande een monogram vind van deze Pieter Post . . .

zondag 11 september 2016

Schatten en Schatgravers


Schatten,
met enige regelmaat worden ze nog gevonden in het ondergrondse.
Aan iedere vondst zit natuurlijk een verhaal.
Fantasie of werkelijkheid, wie zal het zeggen? Hierbij het relaas van Henk, een bij berglopers bekend figuur. . . .





Iedere Bergloper kende hem wel.
Persoonlijk, of van horen zeggen of op z'n minst van een van de 'sterke' verhalen: wijlen Henk Kohlen.

Hij deed veel 'illegaal' in de berg, maar voor Henk bestond dat woord niet want de berg is er voor iedereen.
Als je al vanaf kleine jongen in de berg komt, en zeker in de tijd dat bijna niets was afgesloten, bestaat een verbod niet of je laat je dat niet zo makkelijk opleggen.

Enfin, van deze Henk kreeg ik op enig moment een paar handgeschreven A4-tjes toegeschoven met de vraag deze eens uit te werken in een, voor iedereen, leesbare tekst en de dringende vraag om het niet aan derden kenbaar te maken.

Ondanks mijn jarenlange geheimhouding dook het verhaal toch links en rechts op, en  na bijna 10 jaar, en ruim een jaar na Henk’s overlijden heb ik het weer in handen: bij het opruimen van een lade kwam ik het tegen.

Bij het opnieuw doorlezen ervan rijst de gedachte om het te delen als eerbetoon aan Henk, als blijk van erkenning voor de talloze onderzoeken die hij deed in de diverse mergelgroeven in en rond Maastricht.

Geen officiële onderzoeken met vergunningen en zo, maar gewoon volgens de “Henk” methode: niet te veel ruchtbaarheid er aan geven, en vooral op tijden als andere mensen van hun nachtrust genieten.

Waar of niet waar, dit is een echt ”Henk” verhaal.
Ik besloot na te trekken of althans proberen na te trekken hoeveel waarheid er in dit verhaal zit.

Uit goede en betrouwbare bron verneem ik vervolgens dat de inhoud van het aan mij toevertrouwde verslag wel degelijk klopt!
Er komt zelfs nóg zo’n vertrouwelijk verslag op tafel waarin de vondsten uit het onderstaand beschreven rapport stuk voor stuk en minutieus beschreven worden!
Compleet met een getekende plattegrond waarop de vindplaats van een muntschat.
De bezitter van dit verslag heeft zelfs enkele exemplaren van de gevonden munten
op de keukentafel gehad . . . .

Voor de mensen die mogelijk bekend zijn met het originele verslag: de tekst is hier en daar wat aangepast om het wat vlotter te kunnen lezen.
Er zijn echter geen feiten toegevoegd of weggelaten.

Het rapport:

Onderzoeksresultaten Noordelijk gangenstelsel Sint Pietersberg Maastricht

Uitgevoerd door Henk Kohlen, opgetekend februari 2005

Op 7 februari 1990 besloten Gerard Heussen en Henk Kohlen een
hernieuwd wetenschappelijk onderzoek van het Noordelijk gangenstelsel
van de St Pietersberg bij Maastricht te starten.

Na diverse gesprekken met de voormalig ENCI directeur dhr. Geitenbeek
te hebben gevoerd, beloofde deze de beide onderzoekers zijn
onvoorwaardelijke steun toe, en leverde de onderzoekers belangrijke
aanvullende gegevens.

Van één ding waren de onderzoekers beide overtuigd:
Het al eerder ontdekte van "Noord" kon niet alles geweest zijn!
Boringen van de onderzoekers bevestigde dit vermoeden al.
Ze gingen aan de slag en maakte veelbelovende vorderingen.

Het plotselinge overlijden van Gerard Heussen was voor zijn vrienden en
collega berglopers een enorme klap, veel kennis over de St Pietersberg is
met hem verloren gegaan, en het noopte Henk Kohlen alleen verder te
gaan. Deze was vast besloten het onderzoek voort te zetten.

Naast Henk's niet onbesproken andere bergaktiviteiten ging hij in zijn
eentje verder... rustig, gestaag en onopvallend....
Door zijn omgeving en de media helemaal op het Zuidelijk gangenstelsel
te focussen, met zichzelf in de hoofdrol, vielen zijn activiteiten in "Noord"
dus helemaal niet op.

Hij werkte daar moederziel alleen en in volstrekte anonimiteit.
Daar is letterlijk iedereen in zijn omgeving in getrapt!
Een eventuele kans vroegtijdig ontdekt te worden sloot hij, door
behoedzaam, manoeuvreren helemaal uit.

De al vergevorderde werkzaamheden die het onderzoek met zich mee
bracht waren inmiddels levensgevaarlijk geworden.
Ieder normaal denkend mens zou zich zeker niet op deze plek in de
groeve wagen, laat staan er ook nog te werken. . . . behalve Henk!

In de nacht van 31 mei 2004 leidde dit tot de ontdekking van een
gedeelte van het Noordelijk gangenstelsel, ingeklemd tussen de Wilde
Berg en de kwekerij van P. Ronda.
Oude kaarten van de groeve geven aan dat dit gedeelte, voor de instorting
van 1795, een intact en begaanbaar gedeelte van "Noord" was.

Bij het betreden wist Henk het zeker: hier had eeuwen lang alleen de
stilte en duisternis geheerst, en er was al die tijd geen sterveling meer
geweest.
Het jongste opschríft ter plekke: VAUBAN 1674, de rest:
alleen maar ouder!

Prioriteit 1 was nu het maken van een aanvullende plattegrond, en het
inpassen ervan in het resterende gangenstelsel.
Hierin, zo geeft de onderzoeker zelf aan, ben ik niet zo bedreven als
bijvoorbeeld Jac.Diederen (zie Jansse Eggels) maar hij heeft zijn best
gedaan!

Het resultaat is een vrij goede kompasmeting van 1:300 geworden.
Verder zijn opschriften en andere bijzonderheden vastgelegd op schrift.
De meest moderne detectieapparatuur tenslotte maakte in letterlijke zin
Henk zijn stoutste dromen waar. . . .

We schrijven de nacht van 2 op 3 oktober 2004, de tijd: 02.45 uur.
De detectieapparatuur geeft te kennen dat er zich achter in een nis een
vrij groot metalen object moet bevinden op ongeveer 60 cm. diepte.
Na het weghalen van de losse mergel blijkt dit geen kuiltje te zijn maar
een vakkundig gezaagd blok mergelsteen dat rechtop in een gat staat.

Het precies passende blok is er met de hand niet uit te tillen, en
voorzichtig wordt er met een beitel gewerkt.
Onder het blok bevindt zich weer losse mergel welke met de hand
verwijderd wordt.

Na een laag van ongeveer 20 centimeter weggehaald te hebben voelt de
onderzoeker iets anders dan losse mergel. . .
Tientallen kleine zwarte plaatjes van plusminus 4 cm in doorsnee en 2 à 3 mm. dik
komen te voorschijn!

Het duurt even voor dat het doordringt dat het munten zijn, en de
gedachten van Henk dwalen gelijk af naar het rapport van dhr.
Geitenbeek, 14 jaar geleden in het café "de Karkol":

"Op woensdag 5 september 7957 vonden de gebroeders Vrancken in de
vloer van een gang in de "Wilde Berg" in totaal 756 zilverlingen met een
gewicht van meer dan 2 kilo

Ducatons, Patagons en Schellingen, allen van PHS 3+4 *
1616-1668, evenals nog enkele Luikse munten".

Dit alles niet ver van de plaats waar de onderzoeker zijn vondst doet.
Henk gaat snel door met het graafwerk en telt in totaal 196 zilverlingen,
140 Schellingen en 56 kwart Patagons zoals later blijkt, met een gewicht
van dik 1100 gram, allen PHS 4/1622-1660.

De vondst bestaat uit munten van de Spaanse Nederlanden (PHS 4), en
geslagen te Antwerpen, Brussel, Brugge, Doornik en Atrecht, het huidige
Arras.
Munttekens: Hand, Kopje, Lelie, Toren en Rat.

Determinatiebronnen van de gevonden munten:
Histoire monetaire du Brabant. (par Alphonse de Witte 1612-1665)
A. Delmonte, avenue de Jette4-1080 Bruxelles (1612-1665)

Chronologische volgorde van vondsten in de St Pietersberg met betrekking
tot de Spaanse Nederlanden:

I) Februari 1948:
Championkweker víndt 8 stuks 1/4 Patagons van PHS 4/ 1625-1648
Op een "schap" in de “Zwarte Berg”.

2) September 1951:
De gebroeders Vrancken vinden "zilverschat in de krijtzee".
(zie boekje dhr. Gadiot ENCI)

3) April 1980:
Gerard Heussen vindt 124 musketkogels in de hoek van een nis in
de "Wilde Berg"

4) Maart 1981:
Gerard Heussen vindt in “Noord” 6 stuks koperen Oorden PHS 3/
1606-1609.

5) Oktober 2004
Bergloper Henk Kohlen realiseert na jaren werk en onderzoek een
toegang tot een sinds 3 eeuwen afgesloten, niet meer betreden,
gedeelte van het gangenstelsel "Noord", en ontdekt een bewaarplaats van 196 zilverlingen PHS 4.

Wat in de loop der jaren als nooit ontdekt verdween in de ENCI oven mag
ook als een realiteit beschouwd worden.
Evenals wat zich nog kan bevinden in het stelsel "Slavante" dat voor
de eeuwigheid onbereikbaar zal zijn door de grote hoeveelheid slib die door de ENCI cementfabriek in het gangenstelsel gespoten is.

Slotwoord van dit verslag:
Het begin van ons onderzoek werd destijds gekenmerkt door zeer
onrustige tijden in de "Berg", niets bleef verborgen in de beginjaren negentig.
Sinds de Berglopers regeling in de Zonneberg van kracht is, keerde de rust weer.
Men kan hier nu legaal lopen maar daardoor raakt "Noord" in de vergetelheid.
Dit laatste heeft er in belangrijke mate toe geleid dat ook deze vondst
na bijna 360 jaar weer het daglicht zag!

Henk Kohlen, Maastricht, februari 2005

Jacques, es iech örreges doorbrèèk bis diech d’n èrsjte dèè iech ut vèrtèl”
Ik hoor het Henk nog zeggen tegen mij, in dat mooie dialect met die prachtige
rollende R.
En ongetwijfeld heeft hij dat tegen heel wat berglopers verteld.

Ik heb altijd geloofd dat hij dat op een goede dag zou doen maar het is er nooit van gekomen, op dat ene stuk na dat hij mij in vertrouwen aanbood.

Met dit artikel, of beter verhaal, sluiten we de periode Henk Kohlen af, maar stiekem hoop ik dat er links of rechts nog wat “vertrouwde” stukken van Henk te voorschijn komen.

Henk Kohlen overleed op 11 januari 2013 op 61 jarige leeftijd in Echt, zijn geboorteplaats.

*
Ik ga er van uit dat de oorspronkelijke schrijver met PHS hier Philips de derde en Philips de vierde bedoeld.

De hierboven afgebeelde munten behoren niet tot de muntvondst maar zijn wel gelijkaardig aan de gevonden munten.

Dit artikel werd eerder geplaatst in het blad "Oud St.Pieter" en in de SOK info






woensdag 9 maart 2016

ANNO 1692


   



ANNO 1692

In velerlei opzichten is een mergelgroeve gelijk aan een museum:                     een verzameling van zaken en dingen met een geschiedenis oud of nieuw.
   
Wandelend door een doolhof van gangen kom je ontelbare schatten tegen zoals tekeningen opschriften en inkrassingen.
De zachte en lichtgekleurde mergelsteen leent zich uitstekend voor allerlei doeleinden waaronder het bijhouden van de administratie!

In 1692 noteert een styenwerker (blokbreker) in de Grote Berg van het
Belgische Zichen het volgende:

Den 15the Junier
Anno 1692
99 styenen gewerckt
43 Jan Flipts
Blocken stynen
Anno 1692

In onze tegenwoordige taal zou dat zoveel zijn als:

Op de 15de Juni
Anno 1692
99 stenen (blokken) geproduceerd
43 stuks Jan Flipts (Fhilipsen)
Steenblokken
Anno 1692


De eerlijkheid gebied mij te vertellen dat ik na heel lang turen en puzzelen
de hulp heb ingeroepen van collega bergloper en onderzoeker John Hageman om dit (voor veel mensen onleesbare) opschrift te ontcijferen, waarvoor grote dank!






woensdag 4 november 2015


Devotie nis

Devotienissen vindt je in alle soorten en maten maar deze vind ik wel heel bijzonder.

In een eenvoudige, niet al te beste, boerenberg treffen we deze Joseph aan en het mooie is dat de heilige niet als beeldje erin staat maar erin getekend is.
Een mooi uitgestoken nisje met een simpele ingekraste en met rood krijt aangezette tekening. De naam van de beschermheilige en een kruisje completeren het geheel. Simpel maar ontroerend mooi.

De reden voor de aanwezigheid van zo'n nisje is het bezweren van de gevaren die de ontginners moesten ondergaan tijdens het uitoefenen van hun zware werk in de kille en donkere mergelgroeve.

Vooral loshangende stukken plafond zijn voor bergwerkers, blokbrekers worden ze in dit geval genoemd, een groot gevaar.
Bij de geringste onachtzaamheid kunnen honderden kilo,s zware plakken van het plafond loslaten en naar beneden vallen met vaak tragische gevolgen voor de mensen die in de groeven werkten.

Om die reden werd er door de blokbrekers met enige regelmaat bescherming van 'hogerhand' gevraagd in de vorm van een schietgebedje voor aanvang van de werkzaamheden. Vaak is er een simpel kruisje op de wanden getekend maar ook eens een uitgekapt nisje met daarin een beeldje van Maria of Barbera (de beschermheilige van de berg en mijnwerkers).

In ons geval is het dus de Heilige Joseph. Een vreemde keuze lijkt dat.
Het is niet helemaal duidelijk of onze Joseph hier een staf draagt of een stuk blokbrekersgereedschap in de vorm van een stootbeitel. Joseph wordt normaal afgebeeld met diverse attributen zoals een kaars of lamp (geboorte in de stal van Bethlehem), een wandelstok (de reis naar Egypte), de bloeiende staf (huwelijk met Maria), de lelietak (maagdelijkheid) en timmerman gereedschap.

Joseph is verder nog de patroon van een zalige dood, van de stervenden, de familie, het huwelijk, de (wees)kinderen, de herbergen en herbergbezoekers en van diverse beroepen zoals de timmerlieden en houthakkers. Sedert de 19e eeuw is hij de patroon van de arbeiders in het algemeen.

Waarom Joseph als beschermheilige op deze plek vraag ik me nu af? Ik kan me niet voorstellen dat de eenvoudige ontginners van deze groeve helemaal op de hoogte waren van Joseph's kwaliteiten als patroonheilige!

Een feit is echter dat de (eeuwenoude) groeve in 1911 is verworven door de paters van het Heilig Hart S.C.J te Leuven en Bergen op Zoom, die de bovenliggende gronden aankochten voor de stichting van het voogdijgesticht Sint Jozef.

Direct na de eerste wereldoorlog is deze groeve samen met een aantal omliggende plaatsen in gebruik geweest voor het winnen van losse kalkmergel, er was immers voor de wederopbouw na WO1 een groot gebrek aan bouwmaterialen.

De paters van het Heilig Hart maakten slim gebruik van de schaarste en bouwden 2 kalkovens op hun terrein, en schepten vervolgens het losse mergelzand uit hun onderaardse bezit helemaal weg. Een lucratieve manier van puinruimen dus!

Uit die tijd stamt dus onze devotie-nis met de Heilige Joseph erin. 
Ook de losse mergelscheppers verdienden van bovenaf beschermd te worden, in dit geval door de naamgever van hun werkgever!

met dank aan John Knubben en Rob Heckers






woensdag 10 juni 2015

De eenvoud zelve . . .

 
In een, uit veiligheid, niet nader te benoemen groeve onder de rook
van Maastricht vinden we het volgende vermakelijke opschrift:
 

 
In het jaer 1850
in den maen julij
is Jacobu Quaden
meinmael hier komen
 kakken
 
 
Ik ga er maar vanuit dat dit voor iedereen goed te lezen is.
Blokbrekers zijn  immers ook maar gewone mensen, maar dit
opschrift ziet er voor een eenvoudige werkman toch wel erg goed uit!
 
De vraag blijft dan ook: hoe serieus is dit nu bedoeld?
De strekking is wel helder, maar een boodschap over een grote boodschap . . . . .
 
 
  •  
 

 
 

dinsdag 20 januari 2015

Gemaakt door . . .


Naar aanleiding van een vraag aan Jan Willem van de Wetering, een van de initiatiefnemers van de tekening van Henk Kohlen in de Zonneberg, kreeg ik een heel verrassend en informatief antwoord.

De vraag was: wie heeft de tekening van Henk eigenlijk gemaakt?

Het antwoord, een vrouw met haar roots op St.Pieter: Chris Eisenga


De geschiedenis van de roots is het volgende:

In de tweede helft van de 19e eeuw verloren omwallingen en forten van Maastricht hun strategische betekenis, het fort Sint Pieter werd in 1868 ontmanteld en de caponnières werden de woning en boerderij van de overgrootouders en oma van Chris. 


Opa kwam uit Groningen maar voelde zich al snel thuis op en in de berg, waar hij bezoekers zoals prins Hendrik het gangenstelsel toonde. 

In 1929 emigreerden de opa van Chris en oma met haar moeder en dochter naar Canada maar hun nieuwe boerderij bleek een miskoop dus moet opa ver van huis de kost verdienen, onder meer als pelsjager. Oma zat meestal alleen want ook haar moeder deed dan hier dan daar klussen en nam Chris haar tante mee. Het is dus niet verrassend dat oma heimwee kreeg, daarom keerde het hele gezin in de crisisjaren terug. 


      De Grootouders van Chris Eisenga aan het werk op hun St.Pieterse land



Eerder, in 1926 groeven haar opa en zijn kameraad Louis Meijers voorop in de ingestorte Muizenberg in KanneEn door zijn kennis van de Engelse taal en het gangenstelselwas het voor hem vanzelfsprekend dat hij later in de oorlog vluchtelingen door de berg bracht, met de sokken over de schoenen om het geluid te dempen. 

 

Echte Maastrichtenaren beroemen zich erop nog familie van de Maasbrug te zijnmaar Chris is dus absoluut familie van de Sint Pietersberg. Als kind ontstond haar liefde voor de paarden op de Sint Pietersberg op de pony’s van Mieke LastDe vader van Chris, bij wie het berglopen uiteraard ook in het bloed zat, leerde schilderen bij de bekende Maastrichtse kunstenaar Han Jelinger. Chris deelde die kunstzinnigheid en maakte er haar beroep van, ze studeerde aan de kunstacademie in Maastricht. 


Zij woont nu met haar man voorbij Rochefort in de Ardennen, omdat beiden daar nog voldoende ruimte vonden voor hun IJslandse paarden, hun honden en katten. De natuur en de dieren zijn de passie van Chris maar ze draagt de Sint Pietersberg altijd mee in haar hart. Daarom aarzelde zij geen moment toen haar neef Jan Willem van der Drift en Sjesco Olischläger als vrienden van ‘de beruchte Henk en Elly’, haar vroegen om een tekening van Henk te maken in de Zonneberg.

 Aldus Jan Willem



   Chris legt de laatse hand aan Henk's portret


zaterdag 15 november 2014

Een mooi portret


Vrijdag 14 november was het dan zover: de "onthulling" van het portret van Henk Kohlen, de in januari 2013 overleden bergloper pur sang.

Het portret in houtskool is gesitueerd in de gang waar tegenwoordig ook het medaillon
 "Maastricht Vooruit" van Jules Sondeijker zich bevind, en het portret van Elly Magnee. Henk en Elly waren onafscheidelijke bergmaten die samen ontelbare ondergrondse tochten hebben gemaakt en aan vele mensen het "bergvirus" hebben overgebracht.

Het beide vereeuwigd zijn op deze plek maakt de cirkel rond: samen in Zonneberg op de plek waar een van hun doelen werd gerealiseerd: de verplaatsing van het beeldhouwwerk Maastricht Vooruit.

Bergloper en goede vriend Cesco zorgde voor een treffende tekst bij het portret: 

'waarheid en kennis gehuld in fantasie en stennis'

met als toevoeging alsof Henk het zelf geschreven heeft:

'gruwelijk vrie stabiel'

Onder het genot van een slokje witte wijn werden nog wat mooie verhalen over Henk opgehaald, en de conclusie getrokken dat de verhalen geschiedenis zijn maar wel op deze plaats zullen voortleven.

Hulde aan de berglopers die dit gerealiseerd hebben!

Een verhaal van mij over Henk Kohlen is gepubliceerd in het blad van de stichting oud Sint Pieter.
 ( uitgave nummer 20 najaar 2014 )
Wegens rechten kan ik het hier niet plaatsen, maar het blad is te koop bij diverse winkels in St.Pieter of te bestellen via e-mail:
Info@oudsintpieter.com 
of telefonisch: 043-3250974

De foto is van Richard Bouari.