woensdag 9 maart 2016

ANNO 1692


   



ANNO 1692

In velerlei opzichten is een mergelgroeve gelijk aan een museum:                     een verzameling van zaken en dingen met een geschiedenis oud of nieuw.
   
Wandelend door een doolhof van gangen kom je ontelbare schatten tegen zoals tekeningen opschriften en inkrassingen.
De zachte en lichtgekleurde mergelsteen leent zich uitstekend voor allerlei doeleinden waaronder het bijhouden van de administratie!

In 1692 noteert een styenwerker (blokbreker) in de Grote Berg van het
Belgische Zichen het volgende:

Den 15the Junier
Anno 1692
99 styenen gewerckt
43 Jan Flipts
Blocken stynen
Anno 1692

In onze tegenwoordige taal zou dat zoveel zijn als:

Op de 15de Juni
Anno 1692
99 stenen (blokken) geproduceerd
43 stuks Jan Flipts (Fhilipsen)
Steenblokken
Anno 1692


De eerlijkheid gebied mij te vertellen dat ik na heel lang turen en puzzelen
de hulp heb ingeroepen van collega bergloper en onderzoeker John Hageman om dit (voor veel mensen onleesbare) opschrift te ontcijferen, waarvoor grote dank!






woensdag 4 november 2015


Devotie nis

Devotienissen vindt je in alle soorten en maten maar deze vind ik wel heel bijzonder.

In een eenvoudige, niet al te beste, boerenberg treffen we deze Joseph aan en het mooie is dat de heilige niet als beeldje erin staat maar erin getekend is.
Een mooi uitgestoken nisje met een simpele ingekraste en met rood krijt aangezette tekening. De naam van de beschermheilige en een kruisje completeren het geheel. Simpel maar ontroerend mooi.

De reden voor de aanwezigheid van zo'n nisje is het bezweren van de gevaren die de ontginners moesten ondergaan tijdens het uitoefenen van hun zware werk in de kille en donkere mergelgroeve.

Vooral loshangende stukken plafond zijn voor bergwerkers, blokbrekers worden ze in dit geval genoemd, een groot gevaar.
Bij de geringste onachtzaamheid kunnen honderden kilo,s zware plakken van het plafond loslaten en naar beneden vallen met vaak tragische gevolgen voor de mensen die in de groeven werkten.

Om die reden werd er door de blokbrekers met enige regelmaat bescherming van 'hogerhand' gevraagd in de vorm van een schietgebedje voor aanvang van de werkzaamheden. Vaak is er een simpel kruisje op de wanden getekend maar ook eens een uitgekapt nisje met daarin een beeldje van Maria of Barbera (de beschermheilige van de berg en mijnwerkers).

In ons geval is het dus de Heilige Joseph. Een vreemde keuze lijkt dat.
Het is niet helemaal duidelijk of onze Joseph hier een staf draagt of een stuk blokbrekersgereedschap in de vorm van een stootbeitel. Joseph wordt normaal afgebeeld met diverse attributen zoals een kaars of lamp (geboorte in de stal van Bethlehem), een wandelstok (de reis naar Egypte), de bloeiende staf (huwelijk met Maria), de lelietak (maagdelijkheid) en timmerman gereedschap.

Joseph is verder nog de patroon van een zalige dood, van de stervenden, de familie, het huwelijk, de (wees)kinderen, de herbergen en herbergbezoekers en van diverse beroepen zoals de timmerlieden en houthakkers. Sedert de 19e eeuw is hij de patroon van de arbeiders in het algemeen.

Waarom Joseph als beschermheilige op deze plek vraag ik me nu af? Ik kan me niet voorstellen dat de eenvoudige ontginners van deze groeve helemaal op de hoogte waren van Joseph's kwaliteiten als patroonheilige!

Een feit is echter dat de (eeuwenoude) groeve in 1911 is verworven door de paters van het Heilig Hart S.C.J te Leuven en Bergen op Zoom, die de bovenliggende gronden aankochten voor de stichting van het voogdijgesticht Sint Jozef.

Direct na de eerste wereldoorlog is deze groeve samen met een aantal omliggende plaatsen in gebruik geweest voor het winnen van losse kalkmergel, er was immers voor de wederopbouw na WO1 een groot gebrek aan bouwmaterialen.

De paters van het Heilig Hart maakten slim gebruik van de schaarste en bouwden 2 kalkovens op hun terrein, en schepten vervolgens het losse mergelzand uit hun onderaardse bezit helemaal weg. Een lucratieve manier van puinruimen dus!

Uit die tijd stamt dus onze devotie-nis met de Heilige Joseph erin. 
Ook de losse mergelscheppers verdienden van bovenaf beschermd te worden, in dit geval door de naamgever van hun werkgever!

met dank aan John Knubben en Rob Heckers






woensdag 10 juni 2015

De eenvoud zelve . . .

 
In een, uit veiligheid, niet nader te benoemen groeve onder de rook
van Maastricht vinden we het volgende vermakelijke opschrift:
 

 
In het jaer 1850
in den maen julij
is Jacobu Quaden
meinmael hier komen
 kakken
 
 
Ik ga er maar vanuit dat dit voor iedereen goed te lezen is.
Blokbrekers zijn  immers ook maar gewone mensen, maar dit
opschrift ziet er voor een eenvoudige werkman toch wel erg goed uit!
 
De vraag blijft dan ook: hoe serieus is dit nu bedoeld?
De strekking is wel helder, maar een boodschap over een grote boodschap . . . . .
 
 
  •  
 

 
 

dinsdag 20 januari 2015

Gemaakt door . . .


Naar aanleiding van een vraag aan Jan Willem van de Wetering, een van de initiatiefnemers van de tekening van Henk Kohlen in de Zonneberg, kreeg ik een heel verrassend en informatief antwoord.

De vraag was: wie heeft de tekening van Henk eigenlijk gemaakt?

Het antwoord, een vrouw met haar roots op St.Pieter: Chris Eisenga


De geschiedenis van de roots is het volgende:

In de tweede helft van de 19e eeuw verloren omwallingen en forten van Maastricht hun strategische betekenis, het fort Sint Pieter werd in 1868 ontmanteld en de caponnières werden de woning en boerderij van de overgrootouders en oma van Chris. 


Opa kwam uit Groningen maar voelde zich al snel thuis op en in de berg, waar hij bezoekers zoals prins Hendrik het gangenstelsel toonde. 

In 1929 emigreerden de opa van Chris en oma met haar moeder en dochter naar Canada maar hun nieuwe boerderij bleek een miskoop dus moet opa ver van huis de kost verdienen, onder meer als pelsjager. Oma zat meestal alleen want ook haar moeder deed dan hier dan daar klussen en nam Chris haar tante mee. Het is dus niet verrassend dat oma heimwee kreeg, daarom keerde het hele gezin in de crisisjaren terug. 


      De Grootouders van Chris Eisenga aan het werk op hun St.Pieterse land



Eerder, in 1926 groeven haar opa en zijn kameraad Louis Meijers voorop in de ingestorte Muizenberg in KanneEn door zijn kennis van de Engelse taal en het gangenstelselwas het voor hem vanzelfsprekend dat hij later in de oorlog vluchtelingen door de berg bracht, met de sokken over de schoenen om het geluid te dempen. 

 

Echte Maastrichtenaren beroemen zich erop nog familie van de Maasbrug te zijnmaar Chris is dus absoluut familie van de Sint Pietersberg. Als kind ontstond haar liefde voor de paarden op de Sint Pietersberg op de pony’s van Mieke LastDe vader van Chris, bij wie het berglopen uiteraard ook in het bloed zat, leerde schilderen bij de bekende Maastrichtse kunstenaar Han Jelinger. Chris deelde die kunstzinnigheid en maakte er haar beroep van, ze studeerde aan de kunstacademie in Maastricht. 


Zij woont nu met haar man voorbij Rochefort in de Ardennen, omdat beiden daar nog voldoende ruimte vonden voor hun IJslandse paarden, hun honden en katten. De natuur en de dieren zijn de passie van Chris maar ze draagt de Sint Pietersberg altijd mee in haar hart. Daarom aarzelde zij geen moment toen haar neef Jan Willem van der Drift en Sjesco Olischläger als vrienden van ‘de beruchte Henk en Elly’, haar vroegen om een tekening van Henk te maken in de Zonneberg.

 Aldus Jan Willem



   Chris legt de laatse hand aan Henk's portret


zaterdag 15 november 2014

Een mooi portret


Vrijdag 14 november was het dan zover: de "onthulling" van het portret van Henk Kohlen, de in januari 2013 overleden bergloper pur sang.

Het portret in houtskool is gesitueerd in de gang waar tegenwoordig ook het medaillon
 "Maastricht Vooruit" van Jules Sondeijker zich bevind, en het portret van Elly Magnee. Henk en Elly waren onafscheidelijke bergmaten die samen ontelbare ondergrondse tochten hebben gemaakt en aan vele mensen het "bergvirus" hebben overgebracht.

Het beide vereeuwigd zijn op deze plek maakt de cirkel rond: samen in Zonneberg op de plek waar een van hun doelen werd gerealiseerd: de verplaatsing van het beeldhouwwerk Maastricht Vooruit.

Bergloper en goede vriend Cesco zorgde voor een treffende tekst bij het portret: 

'waarheid en kennis gehuld in fantasie en stennis'

met als toevoeging alsof Henk het zelf geschreven heeft:

'gruwelijk vrie stabiel'

Onder het genot van een slokje witte wijn werden nog wat mooie verhalen over Henk opgehaald, en de conclusie getrokken dat de verhalen geschiedenis zijn maar wel op deze plaats zullen voortleven.

Hulde aan de berglopers die dit gerealiseerd hebben!

Een verhaal van mij over Henk Kohlen is gepubliceerd in het blad van de stichting oud Sint Pieter.
 ( uitgave nummer 20 najaar 2014 )
Wegens rechten kan ik het hier niet plaatsen, maar het blad is te koop bij diverse winkels in St.Pieter of te bestellen via e-mail:
Info@oudsintpieter.com 
of telefonisch: 043-3250974

De foto is van Richard Bouari.



maandag 8 september 2014

Notities






Gewoon een aantal losse notities in de Lacroixberg (Zichen), maar wel gerelateerd aan het blokbrekersambacht.
Op de eerste foto lezen we:

” het zal hier niet
lang meer duren
M. Reggers
1789 “


We gaan er hier dan maar van uit dat dit punt het einde was van de concessie behorende aan Reggers (overigens een heel veel voorkomende naam in de streek), of dat de mergel zo slecht werd dat het niet meer interessant was om verder blokken te breken.

( op 8 september 2014 ontving ik van bergloper en groevekenner Frans Willems de volgende mooie aanvullling op dit opschrift):

Dag Jacques,
Uw beschrijving;
"We gaan er hier dan maar van uit dat dit punt het einde was van de
concessie behorende aan Reggers (overigens een heel veel voorkomende
naam in de streek), of dat de mergel zo slecht werd dat het niet meer
interessant was om verder blokken te breken."
Het gaat hier eerder over de aankomende Franse Revolutie, gezien het jaartal.
De plaats van het opschrift kan(?) wel verbintenis vertonen met de concessies, zo ver zijn we nog niet gekomen met de onderzoeken.
De plaats van het opschrift, nl sectie 31, is ook één van de betere plaatsen van deze berg, zoals de snelle, korte opname vertoont, gemaakt in de directe nabijheid van het opschrift.
Met vriendelijke groeten
Frans

Bij de volgende afbeelding zien we:

“1780
Den hoek
pilaer van
Cervaes nilissen”

Ook een concessie aantekening? Het zou zo maar kunnen want op de derde afbeelding zien we een aantekening op een kolom verder die luidt:

“1780 op den
15 mert
gemeten
Cervaes nilissen”

En ten slotte op de laatste foto:

“361
277½
-------
83½
Cervaes nilissen
gerardus jongen”


Een rekensommetje in dezelfde concessie waaruit blijkt dat Cervaes Nilissen heeft samengewerkt met ene Gerardus Jongen.
Simpele aantekeningen op de mergelwanden waarvan de schrijvers nooit zouden kunnen vermoeden dat er een paar honderd jaar later nog mensen in geïnteresseerd in zouden kunnen zijn!
Klik op de afbeeldingen voor een vergroting.

dinsdag 8 juli 2014

De Gebroeders Eijssen van Sint Pieter










De Gebroeders Eijssen van Sint Pieter

In SOK mededelingen nummer 60 staat een artikel van mijn hand over de nazaten van Joannes Eijssen, een bewoner èn zelfs burgemeester van Sint Pieter bij Maastricht tussen ruw weg 1700 en 1750.
Enkele van deze mannen waren regelmatige bezoekers van de in de buurt gelegen mergelgroeven en lieten daar hun sporen achter . . .

Het begint allemaal met een tekening in de groeve “Caestert”, gelegen te Klein Ternaaien vlak over de grens bij Maastricht.
Ergens eind jaren zeventig van de vorige eeuw zie ik die tekening voor het eerst, en was er van onder de indruk. 


Hoe is het mogelijk dat het er nog staat na al die jaren, de tekening is immers gesigneerd en voorzien van een jaartal.
1744 staat erbij, dat is nu bijna 270 jaar oud, en dat allemaal op ooghoogte je steekt je hand uit en je kunt het zo aanraken!
De tekening staat in een zijgang vlak bij een druk belopen hoofdgang, dat zal de reden zijn dat hij redelijk goed de tijd heeft doorstaan.

Er staat ook een naam bij maar, om eerlijk te zijn, kon ik die niet lezen.
Het staat er wel duidelijk, maar het duurde even voor ik door had dat de sierlijke krullen een S voorstelden in plaats van een F.


Hoc Fecit Willem Eijssen anno 1744: Willem Eijssen heeft dit in 1744 gemaakt staat er met een zwierig handschrift bij. Schijnbaar toch een geletterd iemand in die tijd denk je dan spontaan.
De eerste de beste blokbreker zou het op die manier niet zo kunnen schrijven.

De ietwat primitieve tekening is overigens een religieuze voorstelling:
We zien Jezus aan het kruis.
Het bloed stroomt uit beide handen, en wordt opgevangen door engelen die zich aan weerszijden van het kruis bevinden.
Het gereedschap van de beulen, een tang, de hamer en enkele spijkers zijn onder het kruis afgebeeld, evenals een haan, het symbool van waakzaamheid.
Aan de linkerzijde zien we nog een ladder, en beneden rechts een duif, het symbool van de Heilige Geest.

Helaas is de tekening niet helemaal onberoerd gebleven, het gezicht van Christus en een de engelen is met roet besmeurd.
Jammer, maar al met al we kunnen stellen dat de tekening de tand des tijd (voorlopig) goed heeft doorstaan.

Vele jaren later en talloze bezoekjes bij dit opschrift verder
krijg ik, geïnspireerd door de “wie was wie” artikelen van collega bergloper John Caris, het idee om de maker van het opschrift, Willem Eyssen, eens nader te onderzoeken.
Al snel blijkt dat er wel wat Eijssens rond hebben gelopen in de mergelgroeves bij Maastricht, reden voor een overzicht.

Om een begin te krijgen starten we met een vroegere bewoner van de hoeve Caestert: Jan (Joannes) Eijssen en zijn vrouw Anna Maria Berden.

Deze Jan Eijssen oorspronkelijk uit Voerendaal (21 februari 1675) was gezworene, en later enkele malen burgemeester van de vrije heerlijkheid Sint Pieter, tevens was hij brouwer en bewoner/pachter van de voor ons zo bekende hoeve Caestert.
Jan is overleden 25 april 1747 en werd begraven te St. Pieter.
Zijn vrouw Anna werd gedoopt op 29 oktober 1681 te Hoesselt (België).
Zij overleed 12 oktober 1764 te St. Pieter en werd ook begraven te St.Pieter.
Hun (gerestaureerde) grafsteen is nu nog te bewonderen op het kerkhof aldaar.

Joannes en Anna Eijssen kregen vanaf 1706 tot 1727 in totaal 12 kinderen, maar ik beperk in dit verhaal tot de zonen waarvan ik een opschrift heb kunnen vinden.

Willem Eijssen, de maker van de tekening waar het verhaal mee begint, werd gedoopt op 26 januari 1711, zijn doopnaam is Guilielmus.
Hij is de derde zoon, en het vierde kind van Jan (Joannes) Eijssen en Anna Maria Berden.
Willem, naar ik aanneem de tekenaar van de kruisiging, heeft letterlijk en figuurlijk goed geboerd in zijn tijd:
Op 3 augustus 1750 wordt hij als poorter van de stad Maestricht ingeschreven in het “cremers” ambacht 
( het gilde van de handelaren)
Dat verklaard mogelijk ook dat hij de schrijfkunst machtig was, wat de aanleiding gaf tot dit artikel.

De oudste broer van Willem, Joannes Franciscus Eijssen, gedoopt 8 januari 1706, vinden we ook in Caestert terug: als inkrassing met de tekst

IOANNES EYSSEN
ANNO 1738
GETRUIDISSCHILLINX


Hij was gehuwd met Gertrudis Schellinx of Schillings uit Voerendaal
Ook Joannes was grondeigenaar en landbouwer en overleed te Voerendaal in het jaar 1747.

In de groeve Ternaaien - Boven ook wel de aardappelenberg genoemd
komen we ook een Joannes Eijssen tegen, samen met een Leonardus.
Deze Joannes is mogelijk de oudste zoon van Joannes Franciscus Eijssen en Gertrudis Schillinx, dus een wat jongere generatie Eijssen.
Uit het huwelijk van Joannes en Gertrudis is een zoon bekend met de naam Joannes (gedoopt 28 april 1729)

Joannes heeft enkel het jaartal 1747 bij zijn naam staan.
Overigens is 1747  ook het sterfjaar van Joannes Franciscus, en het kan natuurlijk zo zijn dat het opschrift wat we zien dat van zijn zoon Joannes Eijssen, die op dat moment dus ongeveer 18 jaar oud is.

Bij Leonardus Eijssen, de jongste broer van Willem, staan 3 jaartallen genoteerd: 1747, 1746 en 1745.
Deze Leonardus werd gedoopt 20 november 1727.
Leonardus was Rooms Katholiek priester.
Hij studeerde 5 ½ jaar humaniora te Maastricht en daarna dialectica te Gheel (België).
Hij is ingetreden in de Societeit van Jezus te Mechelen in 1749.
Hij was leraar aan het Jezuïetencollege te Maastricht van 1753 tot 1759
Leonardus werd in 1763 tot priester gewijd in Leuven, waar hij ook theologie studeerde.
Leonard overleed 25 december 1802 te Brussel.

Arnoldus Eijssen (de vijfde zoon en geboren in 1717) schrijft zijn naam in de groeve “Ternaaien beneden"
Arnoldus Eijssen den 20 d’aout (?) anno 1740.
Zijn naam komen we meerdere malen tegen in deze groeve.
Ook Arnoldus was landbouwer en grondeigenaar en tevens pachter van de hoeve Printhagen onder Beek.

Lambertus Eijssen de tweede zoon (R.K. priester en gezegend met een rijk grond en onroerend goed bezit uit een nalatenschap van een rijke oom) en Hermannus de vierde zoon ben ik (nog) niet tegengekomen als opschrift.

Tenslotte ben ik nog een Eijssen tegengekomen in de Lacroix groeve te Zichen-Zussen Bolder.

Het gaat om ene Petrus Eijssen gedateerd 1715, en hoewel de schrijfstijl van de naam Eijssen erg veel lijkt op de ons bekende opschriften is deze Petrus een vreemde eend in de bijt.
Opmerkelijk is wel de minder fraaie tekst die deze Eijssen (samen met ene Petrus van Weert in hetzelfde handschrift) toevoegt:

“Poep Mariel dij hoorbel”

Poep Mariel is zoiets als neuk Marietje, en dij hoorbel is die hoerebel of lellebel.
Niet zo netjes die tekst, maar het staat er nu eenmaal zo . . .

De naam Eijssen is dus ruim vertegenwoordigd in de diverse groeven rondom Maastricht, en in dit artikel zijn er slechts een paar behandeld.
De aantekeningen map is in ieder geval weer een aantal blaadjes leger!

Bronnen:
Breur Henket (grafmonumenten van St.Pieter)
Ton Breuls
Diverse artikelen op het WWW zonder naam of bronvermelding