maandag 5 september 2011

Silex


Silex

Silex, ook wel vuursteen genoemd was, voor de blokbrekers althans, een hinderlijk bijproduct in de mergelwinning.
Toch werden er met dit “afval” ook nog wel eens leuke dingen gedaan!

Eerst proberen uit te leggen wat silex is:
Tijdens de vorming van de kalksteenlaag die wij mergel noemen ontstonden er holtes of ruimtes (denk bijvoorbeeld aan gangen van de in de krijtzee voorkomende kokerwormen) die zich later vulden met kryptonkristallijn siliciumdioxide en veel (chemisch gebonden) water.
Deze op die manier ontstane “vuursteenbanken” zijn zeer vormrijk, en variëren van langwerpige platen tot klompen of knollen waarin men vaak zelfs gewei-achtige vormen kan zien.

Het is een superhard gesteente, in kleur variërend van bruin tot grijs.
Het gesteente wordt ook wel vuursteen genoemd omdat een slag met een stuk vuursteen op een stuk ijzer of pyriet kan resulteren in vonken, waarmee, met de nodige ervaring, een droog, brandbaar materiaal (zoals een plukje los katoen of gedroogd mos, of tondelzwam) aangestoken kan worden.
In prehistorische maakten de primitieve volkeren zoals de neanderthalers stenen gebruiksvoorwerpen, zoals schrapers, pijlpunten, bijlen en klingen, van de vuursteen door deze op een bepaalde manier “af” te slaan. Er ontstaan namelijk messcherpe randen bij het bewerken of afslaan van dit materiaal.

Terwijl de kalksteenwinners of blokbrekers zoals wij ze noemen in de middeleeuwen veel last hadden van de aanwezigheid van deze vuursteen werden hier vlak in de buurt duizenden jaren ervoor deze stenen juist gewonnen: Tussen Rijckholt en Sint Geertruid iets ten Noordoosten van Maastricht bevinden zich in het Savelsbos de vuursteenmijnen waar tussen 3950 en 2650 voor Christus vuursteen is gedolven. Het is het oudste bekende voorbeeld van mijnbouw in Nederland.

Wat was nu het probleem van onze blokbrekers met de vuursteen denk je dan? Wel, de vuursteen of silex is zo hard dat het gereedschap zoals de zaag er gelijk op stuk ging.
Gelukkig voor onze blokbrekers was er een royale laag winbare mergel aanwezig eer men de silexbanken bereikte, maar dan nog waren de silexlagen vaak obstakels die voor veel extra werk in inspanning zorgde, iets wat voor de kostenkant natuurlijk niet bevorderlijk was want ook in de middeleeuwen was tijd al geld.

Na de middeleeuwse ontginning, die hoofdzakelijk het winnen van blokken inhield, was er in de 18de en 19de eeuw het uitdiepen van de gangen voor de losse mergel, en juist in die lager gelegen mergellaag was de verontreiniging met vuursteen in de Sint Pietersberg erg groot. Tonnen vuursteen zijn er toen gedolven als afval, en verspreid geraakt door de hele groeve.

Heel veel “vuursteenknollen” zijn toen ook terechtgekomen bij de mensen in de tuin voor het maken van muurtjes, het afwerken van vijvers en het maken van de zogenaamde Lourdesgrotten, waarvan bovenstaande afbeelding een heel mooi voorbeeld is.

De oudste Lourdesgrot van Nederland ligt aan een stil weggetje op de Sint Pietersberg bij Maastricht. Na een bezoek aan Lourdes liet de Maastrichtse behangfabrikant André Claereboets in 1874 de grot bouwen in de tuin van zijn buitenhuis Maaszicht. De kleine, intieme grot is er nog en dagelijks komen er mensen de stilte zoeken, een kaarsje opsteken en te schuilen bij Maria en bij zichzelf. Er is jaarlijks een processie naar toe vanuit de parochie Sint Pieter aan de voet van de Sint Pietersberg, maar het zijn vooral individuele bezoekers die er komen.

En ja, ook de schrijver van dit blog bezoekt regelmatig met vrouw en kleinkinderen de grot om er “e bougieke op te stéke”, de kinderen vinden het prachtig!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen