zondag 14 augustus 2011

Oud, ouder, oudst . . .


Oud, ouder, oudst . . .

Oud, al heel lang een relatief begrip . . . Wat is oud, hoe bepaal je wat oud is en wat is de waarde van oud?

Wij lopen op onze groevetochten vaker speurend langs de wanden en mompelen dan: dát is pas oud, en dié daar uit zeventienhonderd of zo.
Als er een datum bijstaat, en/of een gebeurtenis dan kunnen we pas bepalen of het echt en echt oud is, en dan nog is het niet altijd te bewijzen. Daar zijn natuurlijk middelen voor. Methoden om wetenschappelijk vast te stellen, en te bewijzen, of iets werkelijk zo oud is als dat het erbij staat geschreven.

Neem nu het oudst gedateerde opschrift in de Sint Pietersberg: “Lambier Le Pondeur” inmiddels wel (over)bekend bij de vele belangstellenden van het fenomeen mergelgrotten en berglopen. Deze Lambier (dit is Frans voor Lambert of Lambertus) schreef zijn naam in fraaie gotische letters mét een datum op een van de vele wanden van de groeve “Caestert”.
In 1468 wel te verstaan! Da’s pas oud zul je zeggen!

Velen hebben daar dus al over geschreven en gespeculeerd: wie was deze Lambier, wat deed of wat zocht hij in die grote donkere mergelgroeve? Talloze artikelen zijn er aan gewijd, aannemelijke en minder aannemelijke, heel degelijke zelfs met wetenschappelijk bewijs (Henk Blaauw), maar ook (flut) schrijfsels met alleen maar veronderstellingen.

Henk Blauw levert in ieder geval het wetenschappelijke en natuurkundig bewijs dat het takje waarvan het houtskoolstiftje werd vervaardigd waarmee Lambier vervolgens zijn naam vereeuwigde, ongeveer tussen 1405 en 1455 zou zijn afgesneden. Wetenschappelijk vastgesteld met de C14 koolstof-datering methode! Daar is dus geen speld tussen te krijgen!
Helaas is de identiteit van de schrijver, Lambier dus, tot op heden (nog) niet achterhaalt.
Zó moeilijk is dat dus: bewijzen hoe oud iets is!

In het aangehaalde, overigens heel mooie en boeiende, artikel schrijft Blaauw in zijn eindconclusie over de mogelijke identiteit van Lambier:

“De mogelijkheid dat Lambier deel heeft uitgemaakt van de hofhouding zie ik eigenlijk als meest realistisch: Lambier, een jong en gezond kunstenaar, reizend te paard, avontuurlijk ingesteld, klimt uit nieuwsgierigheid vanaf de Maasoever naar de ingang van de groeve, ontmoet daar een blokbreker die voorzien van een fakkel of olielampje met hem diep de groeve inwandelt.
Midden in de groeve schrijft Lambier met een houtskoolstift met sierlijke letters zijn naam. Buiten aangekomen voegt hij zich opnieuw bij het reizende gezelschap van de bisschop richting Maastricht.
Het blijft een hypothese die we, zoals gezegd, zeer waarschijnlijk nooit zullen kunnen toetsen. Het is echter wel een aannemelijke verklaring voor de aanwezigheid van dat oudst bekende, met fraaie gotische letters geschreven handschrift in de regionale mergelgroeven.”

Waarom heb ik bovenstaand verhaal nu geschreven? Kijk eens naar het jaartal op de foto die gemaakt is in de groeve Coulinette.
Is die inkrassing nu echt of probeert de een of andere onverlaat ons op het verkeerde been te zetten?
Ga dat nu maar eens proberen te bewijzen . . . .

Het moet mij overigens toch nog even van het hart dat de getoonde inkrassing voorzien is van een behoorlijke portie grafitty, en het zodoende niet mogelijk is om van dit zeldzame jaartal in al zijn soberheid een mooie en indringende foto te maken. Er vanuit gaande dat de inkrassing echt is zal deze zeker een beter lot hebben verdient!

Bron:
Henk Blaauw: Lambier le Pondeur, een fascinerend middeleeuws handschrift in de Sint Pietersberg/SOK mededelingen 46

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen