zondag 7 augustus 2011

Schuilplaats



Schuilplaats

Op onze tocht van afgelopen week zag ik tot mijn verbazing een tent in de groeve staan! Zo’n klein sheltertentje waar je alleen of als het moet met z’n tweeën in kunt verblijven.

Het tentje stond min of meer verstopt op een plaats vlak bij een uitgang die niet of nauwelijks als ingang kan worden betreden. Het gaat hier om een zogenaamde door dagbouw “aangesneden” gang die dus hoog in de dalwand zit, en van buiten uit dus moeilijk te betreden is. Als het persé moet dan kan dat, als je de situatie binnen in de groeve niet zo leuk vind kun je in ieder geval de buitenlucht zien . . .

Ik dacht dus gelijk aan de vele verhalen die er bekend zijn over mensen waarvoor de “berg” een ideale schuilplaats is geweest. We laten een paar van die verhalen de revue passeren!

Een heel bekend verhaal is dat van Gerardus Rosier in de zogenaamde Rechterskamer. In een doodlopende gang (bovenste foto) gelegen in het gangenstelsel Noord achter enkele instortingen heeft deze Gerardus zich schuilgehouden voor de sterke arm van de wet, en om de tijd te doden heeft hij zijn “Tribunaal” op de wand vereeuwigd en voorzien van het volgende opschrift:

“Die mijn kamer vint Die moetse niet bederven Laat uwen besten
vrint Niet schryven op de verven Diet is een gedachtenis Bidt God den Soon Daet hey ons genadig is Een Synen heemelsen troon
Gerardus Rosier 1806”

De naam Rosier is nog altijd een veel voorkomende familienaam op Sint Pieter waar deze familie al eeuwen lang deel uitmaakt van de gemeenschap.
Het opschrift bestaat nog altijd, maar is moeilijk te bereiken omdat het verboden gebied is voor berglopers.

Onder andere in het Zonneberg-stelsel vinden we een kapel uit de tijd van de geloofsvervolging. Ook vluchtelingen dus.
Katholieken, vaak priesters, die aan het einde van de 18de eeuw de groeven invluchtten en daar met behulp van de, overwegend katholieke, bergwerkers kapellen inrichtten om de H.mis op te dragen.

Deze priesters weigerden de eed af te leggen aan de Franse bezetter. Toen in 1797 de Franse bezetter de wet “19 Fructidor des jaar 5” instelde, werden alle geestelijken gedwongen een eed afleggen waarin zij alleen nog maar dienden te gehoorzaamden aan de Franse regering.
Toen de geestelijkheid dit massaal weigerde besloot de Franse bezetter alle kerken en kloosters te sluiten, de geestelijken te vervolgen en al hun bezittingen te confisqueren en openbaar te verkopen.

Enkele jaren daarvoor, in 1794 om precies te zijn werd Maastricht belegerd en in genomen door de Franse troepen. Tijdens het beleg van de stad hebben veel inwoners van Sint Pieter hun toevlucht gezocht in het gangenstelsel Noord wat voor Sint Pieternaren de “achtertuin” is.

Zij waren op de vlucht voor zowel de Franse als de Oostenrijkse troepen, wier soldaten regelmatig op plundertocht waren.

Faujas de Saint Fond een Franse geoloog en onderzoeker die enkele jaren later onderzoek doet naar onder andere de schuilplaats van de dorpenaren schrijft hierover in zijn boek “L’Histoire Naturelle de Montagne Saint Pierre” :

“Nauwelijks waren wij driehonderd schreden verre in de eerste gaalerijen gevorderd, wanneer men naast ons een vrij groot open vak een oven toonde om brood in te bakken. Zeer kondig in den vasten steen uitgehouwen, gelijk ook een schoorsteen op dezelfden wijze uitgehakt, welkers pijp in eene der zijdelingsche galerijen was geleid, waardoor de rook niemand kon hinderen. Digt daarbij waren koeijen en schaapenstallen, gelijk ook varkensschotten gemaakt door de ongelukkige landlieden die, eenige maandente vooren hun vee en hunnen voornaamsten voorraad in dezen soort van schuilhoeken gebragt hadden, om die voor het Oostenrijksch leger te verbergen voor de belegering van Maestricht. De stad sloeg de aanval af, zoo de boeren die zich in dien onderaardschen schuilhoek verborgen hadden genoodzaakt waren daar in te verblijven”

Dit zijn maar enkele voorbeelden van het gebruik van de groeven als schuilplaats! Er zijn tientallen verhalen, verspreid over het hele mergelland. Zo zijn er ook nog de “Bokkenrijders” uit het Valkenburgse, de “Graeten” en “Cuylen” van Zichen Zussen Bolder en Valmeer, de grote schuilplaats voor WO 2 in de Zonneberg, de kluis in Noord voor de “Nachtwacht” van Rembrandt tijdens de bezetting en de “atoombunker”
in de tunnel van Van Schaick.

Stof genoeg voor nóg een aantal artikelen in de toekomst!

Bronnen:
Marjan Melkert: Die myn kamer vint, die moetse niet bederven
Faujas de Saint Fond: L’Histoire Naturelle de Montagne Saint Pierre uit het Frans vertaald door J.D. Pasteur
De foto van de “Rechters” is van mijn bergmaat Hans Ogg

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen