zondag 6 februari 2011

Perroen





Bovenstaande afbeelding komen we met enige regelmaat tegen tijdens onze ondergrondse tochten in de Caestertgroeve: het Perroen, symbool en hoogwaardigheidsteken van het Prinsbisdom Luik, en gezien de plek waar het zich bevind, wellicht het oudst bekende eigendomsteken (voor 1500) in de Sint Pietersberg. Een Perroen (Frans: perron) is een hardstenen zuil met daarop een bol in de vorm van een pijnappel en een kruis. Het Waalse woord perron is een vergrotingsvorm van pierre (steen), een grote steen dus. Halverwege de zuil zat soms een metalen band waaraan een ring was bevestigd. Zo kon het symbool ook dienst doen als schandpaal.
De basis van het Perroen bestaat doorgaans uit een verhoging van 3 tot 5 treden.
Toen in de late middeleeuwen de ontginning van de groeve Caestert in volle gang was behoorde het grondgebied van de Heerlijkheid Sint Pieter toe aan het Prinsbisdom Luik. De ontginners laten dat ook zien. Zij plaatsen met enige regelmaat het hoogwaardigheidsteken van hun heer, de bisschop van Luik dus, op de wanden. Vaak samen met bijvoorbeeld een galg of rad (als waarschuwing) om op deze plaats niet buiten je boekje te gaan door op deze plaats ook stenen te winnen.
Ook aan het Vrijthof te Maastricht vinden wij ook een Perroen. Tot aan de Franse overheersing (1795) was Maastricht immers een 2-herige stad.
Deze merkwaardige bestuursvorm was er al sinds de middeleeuwen en bestond uit de hertogen van Brabant en de Prinsbisschoppen van Luik.
Normaal mochten alleen de zogenaamde “Bonnes Villes” (goede steden) een Perroen oprichten, maar Maastricht had een speciaal statuut binnen het Prinsdom en mocht daarom ook een Perroen bezitten. De “goede steden” waren overigens die plaatsen in het Prinsbisdom Luik die voorzien waren van onder andere een omwalling.
De maat, de uiteindelijke vorm, en aan de basis het aantal treden van het Perroen varieerde per stad en iedere trede had in de middeleeuwen zijn eigen betekenis. Op de eerste trede werden nieuwigheden door een bode bekend gemaakt, op de tweede mocht de schout of burgemeester zijn verordeningen en privileges publiekelijk maken, op de derde werden wetten door de drossaard bekrachtigd en op de vierde mocht de rechter doodvonnissen en verbanningen een legitiem karakter geven.
In 1795 werd het Maastrichtse Perroen door de Franse bezetter afgebroken en vernietigd omdat het aan het “Ancien Regime” (de kerkelijke macht) herinnerde. In 1955 werd er een nieuwe Perroen op het Vrijthof opgericht. Een mooie ontmoetingsplaats met een prachtige geschiedenis.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen